Etappe 5: Atelier Windenergie

“We moeten met elkaar durven zeggen waar extra windmolens bij kunnen komen”

Na de opslagmogelijkheden van warmte een week eerder, is het op 22 maart de kracht van wind die de boventoon voert tijdens het vierde Energie-Atelier in Terheijden. Windmolens zijn niet nieuw maar het plaatsen ervan roept nog steeds weerstand op. Hoe pakken we dat het beste aan?

In het openingsinterview legt gastheer Mark Meijer van Zakencentrum Markoever uit welke rol de energietransitie in zijn bedrijfsvoering speelt: ‘Je wilt over twintig jaar ook nog tevreden zijn over de beslissing die je nu neemt. Wij investeerden daarom in luchtwarmtepompen op het dak om het pand te verwarmen en te koelen, en stoken houtsnippers in een biomassaketel. Ons pand heeft overal HR++ glas, een warmteterugwinningsinstallatie en glaswolisolatie. Wij gebruiken geen gas meer en verkennen de mogelijkheden om ook zonne-energie op ons pand toe te passen.’

Windenergie als bindmiddel
De volgende spreker is Martijn Messing, kwartiermaker van Living Lab. Martijn is zo’n veertien uur per week vrijwillig actief om energiecoöperaties te ondersteunen. Hij vindt dat we burgers meer moeten helpen om groene plannen een kans te geven: ‘Mensen kijken over het algemeen maximaal één jaar vooruit. Om weerstand te voorkomen moeten we burgers zo veel en zo vroeg mogelijk bij groene plannen zoals windenergie betrekken. Stel sociale randvoorwaarden op waarin ruimte is om te experimenteren.’ Ook Jan Schouw van energiecoöperatie Bres uit Breda vindt een verandering in aanpak noodzakelijk: ‘Anders organiseren en financieren zijn wezenlijke elementen voor de energietransitie. Iedereen moet zeggenschap krijgen en mede-eigenaar zijn. Ook spelregels moeten wijzigen. Als je een gebied geeft waarin nog van alles mogelijk is, dan krijg je verassende uitkomsten.’

Locaties samen bepalen
De deelnemers aan het Atelier gaan uiteen om op drie niveaus na te denken over de mogelijkheden van windenergie. Tijdens de terugkoppeling zie je terug dat ze het allemaal belangrijk vinden dat de gebieden niet aangewezen worden maar juist van onderaf worden voorgesteld/ingedeeld. 

Groep 1 Lokale windcoöperaties (middelgrote windmolens in het landschap):
Mensen bereik je door vroeg te communiceren en hen snel te betrekken. We moeten voorstanders binden. Er is meer flexibiliteit mogelijk door te variëren met de hoogtes van de windturbines. Waar windmolens komen moet ruimte zijn voor creatieve ideeën op ruimtelijk gebied, bijvoorbeeld bos combineren met wind.

Groep 2 Wind naast infrastructuur:
De A27 wordt verbreed, zit daar al windenergie in? Verder moeten we uitzoeken wat we met dijken kunnen doen, en met elkaar durven zeggen waar extra windmolens bij kunnen komen. Misschien kunnen ze in overloopgebieden staan? De groep wijst twee gebieden aan ter aanvulling van de al genoteerde gebieden.

Groep 3 Grootschalige windparken:
Grote landbouwgebieden en bosgebieden zijn geschikt voor wind, maar grootschalige projecten moeten niet door de strot geduwd worden. We moeten van onderaf in gemeenten zoeken naar ruimte voor duurzaamheid. “Sociale Wind” langs de A16 is een goed voorbeeld. Windenergie is dan geen doel op zich is, maar een middel om via participatie meer maatschappelijk rendement voor inwoners te krijgen en meer circulaire en lokale economie voor inwoners en bedrijven.

Kansenkaarten

Presentaties


Fotogalerij