Etappe 4: Atelier Duurzame warmte

Houden we onszelf warm of steken we energie in een collectieve oplossing?

Het derde inhoudelijke Energie-Atelier staat in het teken van duurzame warmte. In het nieuwe pand van het Kellebeekcollege in Roosendaal steken aanwezige belangstellenden de koppen bij elkaar om onder andere te praten over de mogelijkheden van woningisolatie, warmtepompen en warmtenetwerken.

Rien Kouter is gastheer deze dag. Hij is werkzaam bij de facilitaire dienst van het Kellebeekcollege en toont zich als eerste spreker van de middag heel enthousiast over hun duurzame pand: ‘Wij beseffen dat onderwijsinstellingen mee moeten in de energieneutrale economie en proberen daarom in elk nieuw schoolgebouw zo veel mogelijk duurzame elementen op te nemen.’ Als voorbeeld noemt hij de betonkernactivering in de school. Dit is het verwarmen of koelen van een ruimte door het pompen van water door slangen die niet in de dekvloer maar in de kern van de betonnen vloer of het betonnen plafond zijn aangebracht. Het beton neemt de ingestelde warmte aan. Rien: ‘Binnen drie maanden was de hele school één temperatuur en in de zomer kunnen we terugkoelen met koud water’. Ook bijzonder is het contract dat het Kellebeekcollege heeft met buurbedrijf Sita om de cv te verwarmen met de restwarmte van de vuilverbranding.

VESTA-model
Aansluitend licht Ruud van den Wijngaart van het planbureau voor de Leefomgeving het VESTA-model toe. Dit ruimtelijk energiemodel berekent het energiegebruik en de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving en de glastuinbouw voor de midden- en lange termijn (2030-2050). Ruud: ‘Het model is bedoeld om er conclusies uit te halen voor nu en kan West-Brabant helpen bij het ontwikkelen van een warmtevisie. Het houdt rekening met lokalen omstandigheden en brengt de mogelijkheden van het isoleren van gebouwen en het gebruik van elektrische warmtepompen, zonneboilers en zonnepanelen in beeld. We hebben de VNG toegezegd dat we dit model beschikbaar stellen aan alle deelnemende gemeenten aan deze pilot.

Kleinschalig of collectief?
Voordat de aanwezigen in groepen uiteengaan om te brainstormen over de mogelijkheden van duurzame warmte, licht Taco Kuijers van ontwerpbureau POSAD toe wat de voor- en nadelen zijn:
‘Kleinschalige voorzieningen in woningen zoals isolatie, warmtepompen en zonneboilers zijn eenvoudig en op eigen initiatief te realiseren maar kennen ook een lange terugverdientijd.
Collectieve regionale opties, zoals grootschalige warmtenetten om restwarmte afkomstig van de industrie en aardwarmte aan te voeren, zijn op langere termijn kostenefficiënter maar vragen om een grote coördinatie en investering vooraf.’

Terugkoppeling
Na een intensieve brainstorm is er nog 5 minuten tijd voor een terugkoppeling. De groep die de lokale mogelijkheden bekijkt, ziet mogelijkheden in de grote steden die meer afvalstromen hebben en in het gebruikmaken van oppervlaktewater door middel van warmtepompen. De groep die zich richt op collectieve warmte ziet kansen op gebied van WKO, ofwel het opslaan van energie in de vorm van warmte of koude in de bodem. Die mogelijkheden kunnen met behulp van bestaande rapporten inzichtelijk worden gemaakt.  Ze adviseren in het algemeen om naar de huidige infrastructuur te kijken en op zoek te gaan naar de combinatie van geschikte bestaande bebouwing met de bronnen die er zijn.

Kansenkaarten

Presentaties


Fotogalerij