Etappe 3: Atelier Biomassa

Werkgroepen verkennen de route van bioteelt en reststromen naar energie

In de Suiker Unie in Dinteloord komen op 22 februari een dertigtal deelnemers bij elkaar voor de tweede inhoudelijke sessie in het kader van de regionale energiestrategie West-Brabant. Deze middag worden de regionale kansen van Biomassa uitgediept. Dit is een verzamelnaam voor biologisch afval dat via diverse processen omgezet kan worden in nuttige energie.

Net zoals tijdens de eerste sessie over zonne-energie opent dagvoorzitter Paul Vermeulen met een interview. Hij vraagt Ton van Korven, bio-econoom en projectleider bij de ZLTO, naar zijn ervaring met biomassa. Ton: ‘Naast het gebruik van zon en wind kunnen we veel met biomassa, maar dat is ook complex. Het vraagt voorinvesteringen en heeft vaak nog een negatieve klank, zoals de bijstookdiscussie. Het leggen van lokale en regionale verbindingen is een speerpunt van de ZLTO.’ Ton vertelt verder over een van de projecten waar hij aan werkt: Coöperatie Duurzame Energieketen de Baronie (CDEB). Deze coöperatie organiseert duurzame lokale energieproductie voor de leden, voornamelijk lokale kalverhouders. Dit doen zij door lokaal houtige biomassa uit teelt, natuur en landschap te verzamelen en om te zetten in een kwalitatief hoogwaardige brandstof voor lokale biomassaketels.

Biobased Economy
In de biobased economy is onze samenleving niet langer gebaseerd op fossiele grondstoffen, zoals aardgas en olie, maar op hernieuwbare bronnen zoals biomassa. Als biomassaleverancier staat Suiker Unie aan het begin van de biobased productieketen. Peter Gulden, Productieleider biomassavergisting, licht dit toe: ‘In ons verwerkingsproces van suikerbieten ontstaan reststromen zoals bietenpuntjes en bladresten. Voorheen voerden we die af naar een composteerder, nu vergisten we ze op locatie. Zo houden we alle waardevolle mineralen in het restmateriaal, wat in de landbouw kan dienen als gezonde meststof. In de biobased economy is de gehele bietenplant een bron van biomassa. Dit biedt enorme kansen voor andere producten dan suiker. Zo werken we, samen met diverse onderwijsinstellingen, al aan bioplastics uit diksap en vezels uit bietenpulp.’

Waar is biomassa mogelijk?
In de aanloop naar het praktische onderdeel van de middag licht Taco Kuijers van Ruimtelijk Strategisch ontwerpbureau POSAD toe wat op het gebied van biomassa al is onderzocht. Hij concludeert dat we het hele gebied van de regio nodig hebben willen we met biomassa de benodigde energie kunnen opwekken. Hij geeft de deelnemers twee vragen mee: Waar is biomassa mogelijk? En is het wel zo duurzaam?

Bosontwikkeling, biomassateelt en reststromen
Ter inspiratie voor de werkgroepen die straks uiteen gaan vertelt Jasper Hugtenburg van H+N+S Landschapsarchitecten meer inhoudelijk over de drie verschillende thema’s.
Bosontwikkeling
Hoewel je bij biomassa niet meteen aan bos denkt, is het volgens Jasper een grote biomassa-leverancier is: ‘Uit het actieplan Bos & Hout, waar grote namen als Staatsbosbeheer en Natuur & Milieu aan mee hebben gewerkt, komt naar voren dat we meer kunnen doen met bestaand bos en dat er 100.000 hectare bij moet komen. Daarvan zou 20.000 hectare energiebos moeten worden, bijvoorbeeld met windmolens erin.
Biomassateelt
Hoe kunnen we bepaalde delen van onze ruimte efficiënt gebruiken voor biomassateelt? Jasper noemt als voorbeeld het telen van biomassa in de bermen van snelwegen of als ‘design’ zoals wilgenteelt. Er kan ook gecombineerd worden met blijvende beplanting. Verder noemt hij als geschikte locaties: bedrijventerreinen, cultuurhistorie/ vernatting (bijv. waterlinie) en de stadsrand.
Reststromen
Jasper benadrukt dat we bij het in kaart brengen van de kansrijke gebieden en belemmeringen van restromen ook andere belangrijke zaken moeten meenemen. Bijvoorbeeld de vervoerstromen die met bioteelt gemoeid zijn en het inpassen van biomassavergisters in de omgeving.

Terugkoppeling
Bij het indelen van de werkgroep blijkt er geen animo te zijn voor het thema Bosontwikkeling. Iets waar Jasper al voor had gewaarschuwd. ‘Ik moet dit thema interessant maken’, vertelt hij tijdens zijn toelichting, ‘want in andere regio’s is gebleken dat mensen die voor biomassa komen het niet willen hebben over bomen’. En zijn gevoel blijkt terecht. Maar dat betekent juist extra veel aandacht en betrokkenheid bij de andere twee thema’s. Het levert intensieve en zinvolle discussies op.

Zo ziet de werkgroep Biomassateelt drie potentiele kansen, waaronder samenwerking met (ontzorgen van) Waterschap en Rijkswaterstaat, bestaande grond van boeren (uiterwaarden) inzetten voor teelt, met een verdienmodel. En ook grond van woningbouw en projectontwikkelaars waar tijdelijk niets meer gedaan wordt benutten. En ook daar weer een verdienmodel aan koppelen. De werkgroep Restromen concentreert zich het liefst op wat we al in de regio hebben, zoals Moerdijk, de Amercentrale en Suiker Unie. Daarbij benadrukken ze het belang van de kwaliteit van de biomassa (natte en droge) in relatie tot de toepassing en kijken ze kritisch naar de mogelijkheden van biomassa in relatie tot schaalgrootte. Wat er precies allemaal uitgekomen is, wordt teruggekoppeld op 5 april. Dus zorg dat u daarbij bent.

Kansenkaarten

Presentaties


Fotogalerij